De wet

Als de school twijfelt om een laptop of andere redelijke aanpassingen toe te laten in de klas, kan je ze misschien met wetgeving overtuigen. Vier staalharde wetgevingen die in jouw voordeel pleiten:

  1. Het M-decreet

    Op 12 maart 2014 werd in het Vlaams Parlement het M-decreet goedgekeurd. De letter M staat in deze voor maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Het decreet zorgt dat leerlingen met een beperking meer in het gewoon onderwijs terecht kunnen. Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften die mits redelijke aanpassingen door de school het curriculum van het gewoon onderwijs kunnen volgen, krijgen nu het recht om zich in te schrijven in een gewone school. 

    Let wel, als de leerdoelstellingen aan de leerling zijn aangepast en hij een individueel aangepast curriculum volgt, krijgt hij op het einde van het jaar een ‘attest van verworven competenties’. Dat is geen A-attest, maar het kind mag wel mee met zijn klasgroep.

    Indien het kind eigenlijk meer hulp nodig heeft, dan kunnen school, ouders en CLB overleggen of een individueel aangepast cirriculum mogelijk is. In dit geval kan de school de inschrijving wel weigeren indien ze de aanpassingen niet langer redelijk vindt. Een kind kan in dit geval ingeschreven worden in een school voor buitengewoon onderwijs. Met het M-decreet wordt inclusie echter wel de norm. Indien je als ouder merkt dat jouw kind onterecht geweigerd wordt door een school kan je een klacht indienen bij een van de Meldpunten Discriminatie van Gelijke Kansen in Vlaanderen of bij de Commissie inzake leerlingenrechten. Best kan je eerst ten rade gaan bij een van de lokale overlegplatforms (LOP) om je te helpen. 

    Ouders en leerkrachten vrezen dat zowel leerlingen met als zonder beperking te weinig zorg van de leerkracht zal krijgen door dit decreet. De overheid heeft echter het volste vertrouwen dat de inclusie succesvol kan en zal zijn. Vooreerst zitten er reeds in vele klassen leerlingen die op basis van STICORDI-maatregelen toch goed functioneren in het gewone onderwijs. Er bevindt zich al heel wat kennis en knowhow onder de leerkrachten. Bovendien zetten al vele scholen in op zorgleerkrachten, GOK-uren en leerlingenbegeleiding. Tenslotte verwacht de overheid ook een geleidelijke overgang, waardoor scholen en leerkrachten tijd hebben om zich aan te passen en bij te scholen waar nodig. Er zal wel meer overlegd moeten worden met ouders, logopedisten, (zorg)leerkrachten en CLB om te ontdekken wat de nodige redelijke aanpassingen per kind met een leerstoornis inhouden, en hoe dit het best binnen en buiten de klas geïmplementeerd wordt. 

    Meer weten over het M-decreet? Theo Mardulier, adviseur van het Departement Onderwijs en Vorming, beantwoordde 20 vragen over het M-decreet van het tijdschrift Klasse. Verder publiceerde Klasse ook de uitgave: Update M-Decreet (pdf - 2 MB).
    Ook het Departement Onderwijs heeft een pagina over het M-decreet. Meer informatie over het Vlaamse onderwijslandschap vind je op de website van Onderwijs Vlaanderen.

  2. De eindtermen ICT

    Computers en internet zijn vandaag de dag niet meer weg te denken uit ons leven. Dus zegt de overheid dat alle kinderen op school moeten leren omgaan met informatie, technologie en computers. Dat zijn de ‘eindtermen ICT’, en die gelden voor alle leerlingen in het lager en middelbaar onderwijs. Reden 2 waarom een laptop in de klas niet gek is.
     

  3. Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

    In 2006 schreven de Verenigde Naties de rechten van mensen met een handicap uit in een verdrag. De Belgische en Vlaamse overheid ondertekenden dat verdrag op 2 juli 2009. Onderwijs is hier een belangrijk deel van:

         - personen met een handicap hebben recht op inclusief onderwijs. Dat wil zeggen dat een kind met een beperking niet noodzakelijk naar het bijzonder onderwijs moet, maar ook in een 'gewone' school kan terecht kan. Hier krijgt het dan specifieke ondersteuning;
         - personen met een handicap hebben recht op redelijke aanpassingen in het onderwijs om hen gelijke rechten en kansen te geven;
         - personen met een handicap mogen niet gediscrimineerd worden.

    Belangrijk voor jou en je kind met leerstoornissen: dit verdrag omschrijft een handicap niet als een ‘medisch probleem’ maar wel als ‘een sociale drempel’. Een belemmering om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Zo bekeken zijn leerstoornissen een handicap op school. Je kind heeft dus recht op hulp en speciale maatregelen.
     

  4. Het Vlaamse gelijke kansen beleid

    Iedereen is gelijk voor de (onderwijs)wet. Maar dat wil niet zeggen dat alles voor elke leerling hetzelfde moet zijn. De wet op de gelijke kansen verbiedt indirecte discriminatie. Een kind met leerstoornissen leert en werkt anders om dezelfde resultaten te kunnen behalen als z’n klasgenootjes. Als zo’n kind de juiste hulpmiddelen niet krijgt of niet mag gebruiken, heeft het geen gelijke kansen en wordt het dus achteruit gesteld. En dat mag niet. Reden 4!